Een printer verbinden
De meeste printers verbinden op één van twee manieren: via wifi (draadloos) of via een USB-kabel (rechtstreeks aangesloten). Wifi is handiger, maar beide werken goed.
Via wifi (draadloos)
Zet de printer aan en verbind hem met je wifi
De meeste printers hebben een klein schermpje: zoek daar "Instellingen" → "Wifi" of "Netwerk", en kies je eigen wifi-netwerk. Typ het wifi-wachtwoord in zoals je gewend bent.
Ga naar de instellingen van je computer of telefoon
Op een computer: ga naar Instellingen → "Printers en scanners". Op een telefoon of tablet: dit gebeurt meestal vanzelf zodra je iets wil afdrukken (zie stap 4 hieronder).
Voeg de printer toe
Tik op "Printer toevoegen" of het plusteken. Zijn beide toestellen op hetzelfde wifi-netwerk verbonden, dan verschijnt je printer meestal vanzelf in de lijst — tik op de naam om hem toe te voegen.
Via USB-kabel
Sluit de kabel aan
Steek de USB-kabel in de printer en in een USB-opening van je computer. Zet de printer aan.
Wacht tot je computer de printer herkent
Meestal installeert je computer alles vanzelf binnen een minuut, met een melding zoals "Printer gereed".
Iets afdrukken
Zoek "Afdrukken" in het menu
Open het document, de foto, of de pagina die je wil afdrukken, en zoek in het menu (drie streepjes of puntjes, of het deel-icoontje) naar "Afdrukken".
Kies je printer en bevestig
Kies de naam van je printer uit de lijst, controleer het aantal exemplaren, en tik op "Afdrukken".
Printer niet gevonden?
Controleer of de printer wel echt aanstaat, en of hij op hetzelfde wifi-netwerk zit als je computer of telefoon — een printer op een ander netwerk (bijvoorbeeld "gastennetwerk") wordt niet gevonden.
Klaar!
Eenmaal verbonden, hoef je dit niet opnieuw te doen — je printer blijft gewoon beschikbaar bij elk volgend document dat je wil afdrukken.